Efficiënt plan van aanpak voor je BIM-model

Efficiënte aanpak voor BIM-model

Op dit moment ben ik bezig met een grootschalig BIM project. Indrukwekkende architectuur, met veel hoekverdraaiingen en verschuivingen. Geen vloer of gevel is hetzelfde. Het opzetten van het BIM-model op zich is al een uitdaging, laat staan in deze omvang. Daar komt nog de coördinatie tussen bouwkundig, constructief en installatietechnisch ontwerp bij. Hoe krijg je dit proces efficiënt gestroomlijnd?

 

Fasering

Om te beginnen hebben we het plan opgeknipt in vijf fases, met ieder hun eigen deadline. Dit geeft in ieder geval wat houvast, omdat het nu vijf kleinere, behapbare deelprojecten zijn.

Voor het modelleren is er in eerste instantie zelfs een nog kleinere “batch” gemaakt, van één verdieping. De belangrijkste modelleeruitdagingen zijn hierin opgenomen. Als dit goed doordacht is, inclusief een goede IFC export, kun je de manier van modelleren uitrollen over de rest van het gebouw.

 

Opknippen BIM-model

Omdat het zo’n megaproject is, hebben wij het gebouw ook op moeten knippen in een aantal deelmodellen. Dit om het een beetje werkbaar te houden qua bestandsformaat. In eerste instantie zou je denken dat het handig is om dit met de fasering gelijk te laten lopen, maar hier ligt het anders.

Wat je namelijk niet wilt, is dat je bijvoorbeeld een type buitenkozijn in vijf verschillende deelprojecten hebt staan. Als deze dan wijzigt, zijn de gevolgen niet te overzien. De kunst is dus om dit soort onderdelen bij elkaar te houden in. Zo is de vliesgevel een apart BIM-model. De overige gevels en de gebouwindeling zijn dus ook aparte deelmodellen. En er zijn twee annotatiemodellen, voor de detaillering en de opmaak van je tekenbladen.

 

Treintje

We hebben dus vijf projectfases en een hele rits deelmodellen. Daarnaast wordt er ook nog eens met zes personen aan het plan gewerkt. De werkzaamheden hebben wij eigenlijk verdeeld zoals wij ook de deelmodellen hebben opgezet. Er zijn twee modelleurs die zich met de gevels bezighouden, anderen houden zich bezig met de indeling van het gebouw, weer een ander fungeert als stofzuiger om zaken bij te poetsen, te onderzoeken en/of te wijzigen. En dan zijn er ook nog mensen die de details opzetten en de tekeningen opmaken.

Op deze manier loop je elkaar dus niet voor de voeten. Bovendien maak je mensen verantwoordelijk voor hun eigen onderdeel, en zorg je ervoor dat alles op een eenduidige manier wordt uitgewerkt.

Als de machine eenmaal op gang is, kun je als een “treintje” achter elkaar aan werken, het hele gebouw door.

Zo werkte ik ook in mijn beginjaren bij een grote aannemer. Pietje verkocht de woningen, Jantje zorgde voor verkooptekeningen, Klaasje de verstuurde de bouwaanvraagtekeningen en Reneetje maakte de werktekeningen. Het kwam heel dicht bij productiewerk, maar het was wel super efficiënt.

 

Afstemming met installateur

Nu de BIM-modellen zo’n beetje “van de band rollen”, kunnen ze ook vergeleken worden met die van externe partijen zoals de constructeur en de installateur.

Het verhaal van de installaties is er eentje van een repeterende soort. Er is een installatie-adviseur met een te beperkte opdracht, zeker voor een gebouw als dit. De installateur krijgt vervolgens een definitief ontwerp en denkt dat hij kan voortborduren op het werk van de adviseur. Hoe langer hij echter aan het plan werkt, hoe harder het kwartje valt: hij kan opnieuw beginnen. En loopt het hele bouwproces achter de feiten aan.

 

Clashen met constructeur

De constructeur heeft het wat dat betreft een stuk makkelijker. Hij loopt al mee vanaf het voorlopig ontwerp, en heeft alle tijd en gelegenheid gehad om zijn constructie te engineeren. Het is nu echter nog te vroeg voor een harde clash tussen bouwkundig en constructief model. Dit zou onnodige ruis opleveren van tig clashes die op dit moment niet relevant zijn. En dan heb ik het nog niet eens over de tijd die het kost om deze clashes te filteren.

In plaats daarvan doen we de detectie nog visueel. Programma’s als Solibri en Navisworks zijn zo ingericht dat je heel makkelijk doorsnedes kunt maken en op die manier het gebouw kunt screenen. Zo stemmen we heel gericht relevante punten af.

Daarnaast kun je tijdens het modelleren ook dingen tegenkomen die nog niet kloppen. Daarvoor hebben we zogenaamde “Nurse Call Devices” in Revit, waarin je kunt aangeven wie wat moet doen. In het model verschijnt dan een groot vraag- of uitroepteken. Hieruit kun je ook een actielijst genereren. Het heeft mijn voorkeur om deze uitroeptekens ook als issue in de visuele check op te nemen, om dubbele administratie te voorkomen.

 

BIM Praktijkdag

Wil je meer van dit soort praktijkervaringen zien en horen, dan raad ik je aan om naar de BIM Praktijkdag te komen. Op donderdag 18 mei aanstaande in de Jaarbeurs in Utrecht. Hierin komen een aantal praktijkcases als deze aan de orde, met als doel BIM ervaring te delen. Ik mag namens Inbo een presentatie geven over de totstandkoming van het BIM-model van de Rabobank, tegenover het station in Eindhoven. Een lezing vol anekdotes, valkuilen, samenwerkingen en tips. Ik heb er erg veel zin in!